Vermoeidheid na kanker of burn-out: waar zit het verschil, en wat helpt?
Moeheid na kanker heeft een eigen naam: kankergerelateerde vermoeidheid. Ze kan aanvoelen als een burn-out, maar ze hoort bij de ziekte en de behandeling, en ze kan ook na afloop van die behandeling blijven. Van de vormen van beweging die zijn onderzocht, verminderde de combinatie van kracht- en duurtraining deze moeheid het sterkst. Dat maakt het verschil met burn-out praktisch: het bepaalt waar je je energie in steekt. Hieronder lees je hoe je de twee uit elkaar houdt, wat je zelf kunt doen, en wanneer je terug gaat naar je huisarts of oncoloog.
Hoe moeheid na kanker voelt, en waarom je aan burn-out denkt
De behandeling is klaar. Om je heen haalt iedereen opgelucht adem, en jij wordt 's ochtends wakker met armen en benen die zwaar aanvoelen voordat de dag goed en wel begonnen is. Een ronde door de supermarkt kost je de rest van de middag. Na een uur bijpraten met een vriendin moet je liggen. Je had gedacht dat het moe-zijn zou wegtrekken zodra de chemo of de bestraling achter je lag, en dat gebeurt niet, of veel trager dan je had gehoopt.
Dan komt er een vraag op die ik in mijn praktijk vaak hoor: is dit nog de kanker, of is het iets anders? Zeker als je weer aan het werk bent gegaan, of als je hoofd vol zit met alles wat er dit jaar gebeurd is, ligt het woord burn-out ineens dichtbij. Dat is een eerlijke vraag, geen overdreven zorg.
Het antwoord bepaalt namelijk wat je helpt.
Waarom beweging hier een hoofdrol speelt
Kankergerelateerde vermoeidheid is de moeheid die bij kanker en de behandeling ervan hoort, zowel tijdens als na die behandeling.[1] In mijn praktijk omschrijven mensen haar vaak als een moeheid die niet in verhouding staat tot wat ze die dag deden. Je hebt weinig gedaan en voelt je toch alsof je een verhuizing achter de rug hebt.
Hoe lang ze kan blijven, laat een groot Nederlands onderzoek zien bij volwassenen die als kind kanker hadden. Van hen had 26,1% ernstige vermoeidheid die al minstens een half jaar aanhield, tegenover 14,1% van hun broers en zussen.[3] Het ging om mensen bij wie de diagnose minstens vijf jaar eerder was gesteld. Die groep is niet dezelfde als mensen die op volwassen leeftijd kanker kregen, dus je kunt dit cijfer niet een op een op jezelf leggen. Twee dingen laat het wel zien: de moeheid is echt en verdient een eigen plek, en de meeste mensen in die studie hadden jaren later geen ernstige, langdurige vermoeidheid.
Juist omdat de moeheid zo zwaar voelt, ligt rust voor de hand. Het onderzoek kijkt vooral naar een andere route: beweging. Een netwerk-meta-analyse, een studie die 56 gerandomiseerde onderzoeken naast elkaar legde (onderzoeken waarin het lot bepaalt wie welke aanpak krijgt), vond dat de combinatie van kracht- en duurtraining de moeheid het sterkst verminderde, zowel tijdens als na de behandeling.[1] Yoga en regelmatig bewegen hielpen ook. Na afloop van de behandeling hield alleen die combinatie van kracht en duur een duidelijk effect.
In de psychosomatische fysiotherapie werken we met het begrip belastbaarheid: wat je lichaam aankan zonder dat het dagen nodig heeft om bij te komen. Gedoseerd trainen is een manier om die belastbaarheid stap voor stap te vergroten. In die manier van kijken heeft rust een plek in je week, en is het opbouwen van beweging de route naar meer belastbaarheid.
Ook wat er in je hoofd gebeurt, telt mee. In een studie van het UMCG met de Untire-app, een Nederlandse zelfhulpapp voor mensen met moeheid door kanker, bij Engelstalige deelnemers, nam de moeheid vooral af doordat mensen minder gingen rampdenken over hun moeheid, minder somber waren en meer met aandacht in het moment konden zijn.[2] Rampdenken is de neiging om bij elke slechte dag het ergste te verwachten. Meer bewegen en beter slapen verklaarden het effect van die app niet aantoonbaar. Dat zegt iets over hoe die app werkte, niet dat bewegen zinloos is: daarvoor staat de trainingsstudie hierboven.
Vermoeidheid na kanker of burn-out: waar let je op?
Aan de moeheid zelf lees je niet af waar ze vandaan komt. Daar is een gesprek met je huisarts of oncoloog voor nodig. Wat je wel kunt doen, is dat gesprek voorbereiden met een paar vragen aan jezelf:
- Wanneer begon de moeheid: tijdens of kort na de behandeling, of pas later, na een periode waarin werk, zorgen en verplichtingen zich opstapelden?
- Waar merk je haar het meest: in je lijf, dat na een kleine inspanning zwaar wordt, of vooral in je hoofd, met piekeren, prikkelbaarheid en weinig zin in werk dat je eerst graag deed?
- Wat gebeurt er als je iets meer beweegt dan gisteren: voel je je daarna wat beter, of val je een dag later flink terug?
- Zijn er naast de moeheid nieuwe of veranderde lichamelijke klachten? Die bespreek je altijd met je arts.
Die derde vraag is meer dan een detail. Val je na een kleine inspanning telkens pas een dag later terug, dan is dat een patroon om aan je arts te melden; waarom, lees je bij ME/CVS of burn-out. Moeheid kan bovendien bij meer dingen horen dan kanker of burn-out. Het overzicht van zulke look-alikes staat bij burn-out of iets anders.
Het hoeft ook geen of-of te zijn. In de Untire-studie, bij mensen met kanker en mensen die de behandeling achter zich hadden, nam de moeheid mee af wanneer somberheid en rampdenken afnamen.[2] Lichaam en hoofd werken hier samen, en dat is precies waar psychosomatische klachten over gaan: echte lichamelijke klachten waarin spanning een rol speelt. Voor jou betekent het dat er twee ingangen zijn om aan te werken, in plaats van een.
Wat je zelf kunt doen tegen moeheid na kanker
1. Leg je moeheid eerst voor aan je huisarts of oncoloog
Voor je gaat trainen of jezelf een burn-out toeschrijft: bespreek de moeheid met de arts die je behandeling kent. Die kan nagaan of er iets anders meespeelt en zeggen welke belasting voor jou veilig is. Neem de antwoorden op de vragen hierboven mee; een patroon zegt een arts meer dan het woord 'moe' alleen.
2. Bouw kracht en duur op, in kleine stappen
De sterkste aanwijzingen gaan over een combinatie van krachttraining en duurtraining, zoals wandelen of fietsen.[1] Begin onder je grens, niet erop. Kies liever korte momenten die je volhoudt dan een zware sessie die je de dag erna uitschakelt. Een fysiotherapeut kan het startniveau en de opbouw met je afstemmen, zodat je niet zelf hoeft te raden hoeveel te veel is.
3. Vang de rampgedachte op tijd
Merk je dat elke vermoeide ochtend een gedachte oproept als 'er is vast iets mis'? Schrijf die gedachte op, en zet er een tweede zin naast die ook klopt, bijvoorbeeld: 'ik ben vandaag moe, en gisteren lukte de wandeling wel'. Minder rampdenken hing in onderzoek samen met minder moeheid.[2] Het burn-out gedachtendagboek geeft je daar een vaste vorm voor. Blijft de zorg over je gezondheid knagen, bespreek die dan bij de volgende controle; daar is die afspraak ook voor.
4. Speelt er ook overbelasting: maak ruimte voor herstel
Kloppen de antwoorden op de vragen meer bij werk en zorgen die zich opstapelden, dan vraagt dat deel een andere aanpak dan training alleen. In de psychosomatische fysiotherapie zien we bij overbelasting een zenuwstelsel dat lang meer gaf dan het kon herstellen, waardoor de parasympathische rem, het deel van je zenuwstelsel dat je laat bijkomen, minder goed aanslaat. Dan helpt een dagritme waarin inspanning en bijkomen elkaar afwisselen. Kun je 's avonds moe zijn en toch niet in slaap komen, lees dan chronisch moe en niet kunnen slapen. Wat een realistisch tempo is bij een burn-out, staat in hoe lang een burn-out duurt.
Bij wie je terechtkunt met moeheid na kanker
Je huisarts en je oncoloog blijven je eerste aanspreekpunt. Zij kennen je behandeling, kunnen andere oorzaken nagaan en weten wat er in jouw situatie aan begeleiding beschikbaar is. Voor het trainingsdeel is een fysiotherapeut met ervaring in oncologie vaak de beste match: die weet hoe je na een behandeling verantwoord kracht en conditie opbouwt.
Mijn werk ligt bij het andere deel: de spanning die blijft hangen, het hoofd dat niet tot rust komt, of een terugkeer naar werk die meer kost dan je had verwacht. Daar kijk ik samen met je naar ademhaling, spanning in je lijf en de verdeling van belasting en bijkomen over je week. Onze begeleiding is adjunct: de huisarts blijft je eerste route, en bij een vermoeden van depressie of angststoornis is verwijzing naar de eerstelijnspsycholoog of GGZ vaak passender dan een traject bij ons.
Herken je jezelf? Start met onze gratis zelfreflectie of de online burn-out test. Speelt na je behandeling vooral de spanning op, dan kijk ik graag met je mee welke stap nu past.
Plan een kennismakingVeelgestelde vragen over vermoeidheid na kanker en burn-out
Hoe weet ik of mijn vermoeidheid door kanker of door een burn-out komt?
Aan de moeheid zelf zie je dat niet, dus leg je klachtenpatroon voor aan je huisarts of oncoloog. Onderzoek dat de twee rechtstreeks vergelijkt, is er voor zover ik weet niet. In mijn praktijk vraag ik daarom wanneer de moeheid begon, wat er toen speelde in werk en zorgen, en hoe je lijf reageert op iets meer beweging. Die antwoorden helpen je arts om te zien wat de hoofdrol speelt, en het kan ook allebei tegelijk zijn.
Hoe lang duurt vermoeidheid na kanker?
Dat verschilt per persoon, en een vaste duur kan niemand je geven. In een Nederlandse studie bij volwassenen die als kind kanker hadden, kwam ernstige vermoeidheid die minstens een half jaar duurde vaker voor dan bij hun broers en zussen, minstens vijf jaar na de diagnose. De meesten hadden geen ernstige, langdurige vermoeidheid. Die groep kreeg kanker als kind, dus het zegt niet hoe het bij jou gaat. Training helpt ook na afloop van de behandeling.
Helpt bewegen tegen vermoeidheid na kanker of maakt het het erger?
In onderzoek verminderde bewegen de moeheid, en de combinatie van kracht- en duurtraining werkte het best. Over alle studies samen hielpen yoga en regelmatig bewegen ook, maar na afloop van de behandeling hield alleen de combinatie van kracht en duur een duidelijk effect. De sleutel is dosering: begin onder je grens, bouw in kleine stappen op en stem het startniveau af met je arts of een fysiotherapeut. Merk je dat je telkens een dag later flink terugvalt, meld dat dan aan je arts.
Speelt mijn hoofd mee in mijn moeheid na kanker?
Ja, wat je denkt en voelt speelt mee in hoe zwaar de moeheid is. In een studie met een zelfhulpapp nam de moeheid vooral af doordat mensen minder gingen rampdenken over hun moeheid, minder somber waren en meer met aandacht in het moment konden zijn. Dat maakt de moeheid niet minder echt. Het betekent dat werken aan rampdenken en somberheid een tweede ingang is, naast training.
Werkt een app tegen vermoeidheid na kanker?
De Nederlandse Untire-app verminderde de moeheid in een gerandomiseerde studie, vooral via minder rampdenken, minder somberheid en meer aandacht in het moment. Meer bewegen en beter slapen verklaarden het effect van die app niet aantoonbaar. Een app kan dus helpen bij het hoofddeel van je moeheid. Voor het opbouwen van kracht en conditie heeft de combinatie van kracht- en duurtraining de sterkste aanwijzingen uit onderzoek naar beweging.
Wanneer moet ik met mijn moeheid terug naar de huisarts of oncoloog?
Ga terug als de moeheid je dagelijks leven blijft beperken, als ze verandert of zwaarder wordt, of als er nieuwe lichamelijke klachten bij komen. Je hoeft niet te wachten tot het erg genoeg voelt. Je arts kan nagaan of er iets anders meespeelt en met je meedenken over training of begeleiding. Een lijstje met wanneer de moeheid begon en wat je na inspanning merkt, maakt dat gesprek een stuk makkelijker.
Wat kan een fysiotherapeut doen bij vermoeidheid na kanker?
Een fysiotherapeut kan je helpen om kracht en conditie in kleine, haalbare stappen op te bouwen, de vorm van beweging met de sterkste aanwijzingen uit onderzoek. Een fysiotherapeut met ervaring in oncologie stemt die opbouw af op je behandeling. Speelt er daarnaast veel spanning of piekeren, dan kan een psychosomatisch fysiotherapeut met je werken aan ademhaling, spanning in je lijf en een week waarin inspanning en bijkomen in balans komen.
Je moeheid na kanker heeft een naam en een richting. Laat haar een keer goed bekijken, begin klein met bewegen, en geef het hoofddeel net zoveel aandacht als het lijf: dan heb je twee ingangen in handen in plaats van een.
Bronnen
- Dong B, Qi Y, Lin L, e.a. (2023). Which exercise approaches work for relieving cancer-related fatigue? A network meta-analysis. Journal of Orthopaedic & Sports Physical Therapy. 53(6):343-352. PMID 36947532. Netwerk-meta-analyse van 56 gerandomiseerde studies bij volwassenen met kanker: gecombineerde kracht- en duurtraining verminderde kankergerelateerde vermoeidheid het sterkst, gevolgd door yoga en regelmatig bewegen; na afloop van de behandeling had alleen de combinatie van kracht en duur een significant effect.
- Spahrkäs SS, Looijmans A, Sanderman R, Hagedoorn M (2022). How does the Untire app alleviate cancer-related fatigue? A longitudinal mediation analysis. Psycho-Oncology. 31(6):970-977. PMID 35060222. Mediatie-analyse binnen een gerandomiseerde studie met wachtlijstcontrole van het UMCG bij deelnemers uit Engelstalige landen (799 gerandomiseerd, 335 in de analyse): de app verminderde de vermoeidheid vooral via minder rampdenken over vermoeidheid, minder depressieve klachten en meer mindfulness, niet aantoonbaar via slaap of lichamelijke activiteit; het UMCG ontving voor dit onderzoek financiering van de ontwikkelaar van de app.
- van Deuren S, Penson A, van Dulmen-den Broeder E, e.a. (2022). Prevalence and risk factors of cancer-related fatigue in childhood cancer survivors: A DCCSS LATER study. Cancer. 128(5):1110-1121. PMID 34724201. Landelijk Nederlands cohort van 2810 mensen die als kind kanker overleefden en 1040 broers en zussen: bij volwassenen kwam ernstige vermoeidheid van minstens zes maanden voor bij 26,1% tegenover 14,1%, met vrouw-zijn, werkloosheid en bijkomende gezondheidsproblemen als samenhangende factoren.