De oefening

  1. Bedenk waarom je vaak 'ja' zegt als je 'nee' voelt. (Angst voor afwijzing? Schuldgevoel?) Dat is stap één.
  2. Creëer je 'Nee'-menu met zinnen die bij jou passen, zoals: 'Dank je voor de vraag. Helaas moet ik nu passen.'
  3. Een andere optie: 'Laat me er even over nadenken, ik kom er morgen op terug.' Dit geeft je ademruimte.
  4. Spreek je gekozen zin hardop uit, voor de spiegel of in de auto. Let op een vriendelijke, neutrale toon.
  5. Begin klein: zeg 'nee' in een situatie met een laag risico. Markeer elke 'nee' met een ademteug, een seconde stilte.

Vragen voor reflectie

  • Tegen welk klein ding zou je vandaag 'nee' kunnen zeggen, om 'ja' te zeggen tegen vijf minuten rust?
  • Welke 'ja' tegen jezelf is verborgen in jouw 'nee' tegen een ander?
  • Wat is de dieperliggende angst die opkomt als je 'nee' wilt zeggen?

← Meer oefeningen in de kennisbank